Interview over verslaving in de Gemeente Heerde

Henrieke werkt als casemanager verslaving binnen de gemeente Heerde en als regie- en coördinerend verpleegkundige binnen de GGZ-verslavingszorg. In haar werk begeleidt zij mensen die vastlopen in middelengebruik of ander verslavingsgedrag. Ze ziet hoe een gewoonte langzaam kan veranderen in een patroon waar iemand steeds minder grip op ervaart. Daarbij kijkt ze niet alleen naar het gedrag, maar ook naar wat erachter ligt en wat iemand nodig heeft om weer regie over het eigen leven te krijgen. Volgens Henrieke begint verandering niet altijd met stoppen, maar kan een gesprek al een belangrijke eerste stap zijn. ‘Iedereen heeft gewoontes. De vraag is of ze je nog helpen’

De Week van de Verslaving gaat dit jaar over het hebben van gewoontes. Waarom hebben jullie voor dit thema gekozen?

“Eigenlijk omdat we allemaal gewoontes hebben. Gezonde gewoontes, maar ook gewoontes die minder goed voor ons zijn. Soms merk je dat een gewoonte je in de weg gaat zitten of invloed heeft op anderen. Dan kan het goed zijn om jezelf af te vragen: wil ik hier iets aan veranderen? Soms neemt een gewoonte steeds meer de overhand en merk je dat je de regie een beetje kwijtraakt. Met deze week willen we mensen vooral laten nadenken over hun eigen gewoontes. Niet om meteen te zeggen dat iets goed of fout is, maar om er bewust bij stil te staan.”

Wat hoop je dat zo’n gesprek oplevert?

“Bewustwording. Je hoeft niet meteen een probleem te hebben om eens naar je eigen gedrag te kijken. Door erover te praten, kun je jezelf afvragen waarom je iets doet en of het nog bij je past. Het hoeft niet meteen over veranderen te gaan. Soms is het al goed om je bewust te worden van wat je doet.”

Wanneer spreek je dan van een verslaving?

“Een verslaving ontstaat meestal niet van de ene op de andere dag. Het kan heel geleidelijk gaan. Iets kan onschuldig beginnen. Je drinkt bijvoorbeeld af en toe een glas wijn om te ontspannen of gaat gamen omdat je het leuk vindt. Na verloop van tijd kan het gedrag steeds belangrijker worden.
Je merkt bijvoorbeeld dat je er vaker mee bezig bent, het steeds meer nodig hebt of het gebruikt om met bepaalde gevoelens om te gaan. Dan kan het steeds lastiger worden om te stoppen of te minderen.

Op dat moment gaat het gedrag steeds meer je leven bepalen. Dat is een belangrijk signaal dat er misschien meer aan de hand is dan alleen een gewoonte.”

Wat maakt het zo moeilijk om zo’n patroon te doorbreken?

“Ons brein speelt daar een grote rol in. Gedrag dat ons een prettig gevoel geeft, onthoudt ons brein. Dopamine helpt ons brein om te leren wat prettig of belangrijk voor ons is. Bij sommige middelen gaat die beloning heel snel en sterk. Maar ook bij bijvoorbeeld gokken, gamen of sociale media kunnen bepaalde prikkels heel aantrekkelijk zijn. Je brein leert als het ware: dit geeft me een goed gevoel, dus dit wil ik nog een keer.

Als je iets vaak herhaalt, wordt het steeds meer een patroon. Op een gegeven moment doe je het bijna automatisch.

Daarom is het niet zo simpel als zeggen: ‘Dan stop je toch gewoon?’ Je moet vaak niet alleen stoppen met het oude gedrag, maar ook een nieuw patroon aanleren.”

Maar iemand heeft zo’n gewoonte vaak ook niet voor niets?

“Dat klopt. Als je alleen kijkt naar wat iemand doet, mis je vaak waarom iemand het doet. Een gewoonte levert iemand meestal ook iets op. Alcohol kan bijvoorbeeld helpen om te ontspannen en gamen kan afleiding geven of ervoor zorgen dat iemand zich even goed voelt. Als je iets wilt veranderen, is het daarom belangrijk om ook te kijken naar de behoefte die eronder zit. Als iemand bijvoorbeeld alcohol gebruikt om spanning kwijt te raken, kun je samen kijken naar andere manieren om met die spanning om te gaan. Zo kijk je niet alleen naar het oude gedrag, maar ook naar wat daarvoor in de plaats kan komen.”

Is het doel van jullie aanpak dan niet meteen dat iemand stopt?

“Niet altijd. We kijken eerst naar wat iemand zelf wil en wat op dat moment haalbaar is. Soms is iemand nog niet zover om iets te veranderen. Dan kan het helpen om eerst in gesprek te gaan en samen te kijken wat iemand nodig heeft. We werken daarbij ook veel samen met andere professionals. Soms is behandeling nodig en soms kan iemand met andere ondersteuning al een stap verder komen. Het gaat er vooral om dat we kijken wat bij iemand past.

Natuurlijk kan stoppen soms nodig zijn. Maar het gaat uiteindelijk om meer dan alleen stoppen. Het gaat er ook om dat iemand weer grip krijgt en kan bouwen aan een leven dat bij hem of haar past.”

Wat gebeurt er als iemand stopt?

“Dat kan best lastig zijn. Zeker als het gedrag lange tijd iets heeft gegeven wat iemand nodig had. Als je stopt met alcohol of drugs, valt bijvoorbeeld een snelle en sterke beloning weg. Maar ook als iemand stopt met gokken, gamen of heel veel online zijn, kan er een leegte ontstaan. Soms merk je dan pas hoe belangrijk het gedrag in iemands leven was. Zingeving kan ineens een grotere rol gaan spelen. Als iemand lange tijd vooral plezier, ontspanning of afleiding uit één ding haalde, moet je opnieuw ontdekken waar je betekenis uit kunt halen.

Herstel gaat daarom niet alleen over stoppen. Het gaat ook over opnieuw ontdekken wat belangrijk is in je leven.”

Wanneer is iemand dan hersteld?

“Het is niet zo dat je op een bepaald moment kunt zeggen: nu is alles opgelost. Herstel gaat met vallen en opstaan. Het kan een tijd goed gaan en soms kan het weer moeilijk worden. Dat betekent niet dat iemand geen goed leven kan opbouwen. Het gaat er ook om dat je steeds beter leert herkennen wat er bij je gebeurt en wat je nodig hebt.

Herstel is dus niet alleen dat het gedrag verandert. Het gaat er ook om dat iemand leert omgaan met moeilijke momenten en steeds meer vertrouwen krijgt in zichzelf en de keuzes die hij of zij maakt.”

Schaamte en liegen komen ook regelmatig voor. Hoe kijk je daarnaar?

“Schaamte speelt vaak een grote rol. Mensen kunnen zich schamen voor hun gebruik, gedrag of een terugval. Daardoor kunnen ze dingen gaan verbergen of erover liegen. Voor naasten kan dat heel pijnlijk zijn, omdat het vertrouwen daardoor beschadigd kan raken. Dat wil ik niet goedpraten. Als je iemand hebt gekwetst, heeft dat gevolgen. Tegelijkertijd is het belangrijk om te begrijpen hoe zo’n patroon kan ontstaan. Schaamte, angst en de behoefte om te blijven gebruiken kunnen elkaar versterken. Je kunt gedrag afkeuren en tegelijkertijd proberen te begrijpen wat erachter zit.”

Hoe proberen jullie daar in de aanpak mee om te gaan?

“Door eerst naar de persoon te kijken en niet alleen naar het probleem. We kijken dus niet alleen naar hoe we het middelengebruik of gedrag kunnen veranderen, maar ook naar wat er in iemands leven nodig is. Soms is praktische ondersteuning belangrijk, bijvoorbeeld om weer structuur op te bouwen of contacten te herstellen. En soms begint het gewoon met een gesprek waarin iemand voor het eerst vertelt wat er speelt. Als er meer nodig is, kijken we samen wat passend is. Daarbij werken we samen met verschillende professionals, maar ook met de mensen die voor de inwoner belangrijk zijn. Samen kijken we wat iemand nodig heeft en wie daarin iets kan betekenen. Het gaat er uiteindelijk om dat we de ondersteuning zo goed mogelijk laten aansluiten bij de persoon en zijn of haar leven.”

‘Het leven kan beter en anders’

Naast het gesprek met de professional spraken we met iemand die zelf ervaring heeft met verslaving. Hij wil anoniem blijven.

Met welk doel zit je in de aanpak?

“Ik blowde dagelijks. Ik had geen werk, geen ritme in mijn dagen en weinig zingeving. Ik zat eigenlijk steeds meer vast in mijn eigen gewoontes. Na contact met de gemeente ben ik gekoppeld aan Henrieke. Zij spiegelde mij een aantal dingen voor en dat zette me aan het denken. Ik dacht: joh, het leven kan beter en anders. Anders was ik waarschijnlijk door blijven modderen. Ik sliep onregelmatig, blowde dagelijks en at slecht. Daardoor kwam ik op een gegeven moment bijna mijn huis niet meer uit.”

Hoe heb je uiteindelijk de knop omgezet?

“Ik ben daar nog steeds mee bezig. Het is nog steeds hard werken. Ik blijf in gesprek en probeer mijn afspraken na te komen. Op dit moment volg ik een detoxtraject binnen de GGZ-verslavingszorg en ben ik bezig met het zoeken en vinden van werk. Daarnaast ga ik binnenkort groepstherapie volgen.”

Wat heeft de aanpak jou gebracht?

“Meer stabiliteit in mijn leven en meer zingeving. Ik ben actiever geworden en zoek weer meer contact met de buitenwereld. Ik ga bijvoorbeeld weer wat vaker bij een vriend langs. Het niet meer blowen heeft veel veranderd. Ik sta makkelijker op, ben actiever en verzorgder. Mijn stemming is verbeterd en ik leef gezonder. Ik sta wat positiever in het leven en kan mezelf na een tegenslag wat sneller herpakken.”

Wat helpt jou om het vol te houden als het moeilijk is?

“Ik merk dat ik het blowen meer aan het vervangen ben door nicotine. Daar ben ik me bewust van. Op den duur wil ik kijken hoe ik dit weer kan stabiliseren en misschien kan toewerken naar stoppen met roken. Op moeilijke momenten heb ik mijn wilskracht nodig. Ik weet inmiddels ook dat de heftige piek van een trekmoment weer afzakt. In de tussentijd zoek ik afleiding.

Ik kijk nog niet te ver vooruit. Eerst is mijn doel om drie maanden volledig niet te blowen. Daarna kijk ik wat mijn volgende doel wordt. Eerst dit, daarna werk en vervolgens de groepstherapie. Dan kijk ik weer verder.”

Wat maakte de aanpak voor jou anders?

“Het hielp mij dat er steeds een nieuwe afspraak werd gemaakt en dat het contact actief bleef. Dat gaf mij een reden om in beweging te blijven, vooral op momenten dat ik slecht in mijn vel zat. Op zulke momenten kan je makkelijk denken: laat maar, het interesseert me nu even niet. Naar de huisarts gaan is voor mij bijvoorbeeld best een grote stap. Doordat er een afspraak stond, was het makkelijker om toch die stap te zetten. Uiteindelijk moest ik het natuurlijk zelf doen. Maar het hielp mij wel dat ik niet steeds zelf de eerste stap hoefde te zetten.”

Welk advies zou je geven aan iemand die nu worstelt met een hardnekkige gewoonte of verslaving?

“Ik weet hoe moeilijk het is om hulp te zoeken. Ik heb dat zelf in eerste instantie ook niet gedaan. Toen het gesprek mij werd aangeboden, ben ik wel in gesprek gebleven. In het begin zag ik het nut er niet zo van in. Diep vanbinnen wist ik misschien wel dat de manier waarop ik bezig was niet goed en niet helpend was, maar het was nog niet het moment. Door in gesprek te blijven, ben ik er uiteindelijk zelf achter gekomen dat ik wilde stoppen. Uiteindelijk moet je het zelf willen. Maar mijn advies is: ga in gesprek met iemand die je kan helpen. Ook als je er op dat moment misschien nog niet helemaal voor openstaat. Je hoeft niet meteen te weten wat je wilt veranderen. Het gesprek aangaan kan al een eerste stap zijn.”

‘Het gesprek aangaan kan al een eerste stap zijn’

Dat is ook de boodschap van de Week van de Verslaving. Verslaving is niet iets wat alleen bij andere mensen voorkomt. We hebben allemaal gewoontes en manieren om met spanning, verdriet, stress of verveling om te gaan. De vraag is vooral: helpt deze gewoonte je nog, of begint het je leven te bepalen? Daar hoef je je niet voor te schamen. Praten over wat er speelt kan een eerste stap zijn.