Ervaringsverhaal Ellen

Ellen

Huiselijk geweld blijft vaak onder de radar omdat slachtoffers en daders niet met hun verhaal naar buiten durven komen. Ellen (51) was één van hen. Als tiener en jongvolwassene werd ze mishandeld door haar partner. Tegenwoordig werkt ze als ervaringswerker met slachtoffers van huiselijk geweld.

“Ik ben geboren in een gezin zoals zovele: met ouders die hun best deden om mij en mijn broertje en zusje zo goed mogelijk op te voeden. Mijn kindertijd verliep prima, eigenlijk ging het pas verkeerd in mijn puberteit. Ik ging me vergelijken met de andere meiden en daar werd ik enorm onzeker van. Zij waren altijd mooier, spontaner, slimmer of beter.

Op mijn zestiende leerde ik een man van tien jaar ouder kennen, een rebels type. Hij was alles wat ik niet was. Hij liet merken dat hij me leuk vond en dat gaf me een goed gevoel. In die periode zette ik me juist af tegen mijn ouders. En toen mijn vader zei: ‘Als je het niks vindt hier, is daar het gat van de deur’, besloot ik dat letterlijk te nemen. Ik trok bij deze jongen in.”

In de val

“Vanbinnen was ik een heel verlegen meisje, maar tegenover m’n vriend probeerde ik me volwassen en stoer te gedragen. Ik was veel te bang dat hij me een burgertrutje zou vinden. Al snel begon het geweld, maar eerst herkende ik het niet als zodanig. Dan zei hij bijvoorbeeld op een grappige manier dat ik niet naar de bioscoop mocht. Het voelde alsof hij me wilde beschermen omdat hij me echt leuk vond.

Een tijdje later begon hij me uit te schelden als hij ’s avonds dronken thuiskwam. Ook trok hij me een keer aan mijn haren naar de auto. Achteraf had ik toen een grens moeten trekken: dit pik ik niet! Maar ik dacht altijd dat ík degene was die fout zat. En het dubbele was: de volgende dag had hij altijd spijt.

Na een paar jaar – we waren inmiddels getrouwd en hadden een dochter – kwam er drugs in het spel. Ook dat ging geleidelijk: eerst één keer, na een paar maanden weer een keer, tot het uiteindelijk elke dag was. In die tijd werd het geweld erger, meestal ’s avonds en ‘s nachts. Hij sloeg me, kneep soms mijn keel dicht en speelde nare mentale spelletjes. ‘Misschien moeten we maar scheiden!’, riep hij dan tijdens een heftige ruzie. Maar als ik dan ‘ja’ zei, ontplofte hij. Hij lokte me in feite in de val.”

Speldenprikjes

“Mensen merkten wel dat er iets goed mis was. Toen ik weer eens geslagen was, zei mijn vader: ‘Straks kom je verkeerd terecht, dan lig jij in je kist en staat hij erbij te janken.’ Een andere keer viel er een arrestatieteam bij ons binnen vanwege de drugs. De officier van justitie zag een oude familiefoto van mij en zei: ‘Moet je eens kijken waar je nu beland bent.’ En een familielid vroeg me: ‘Maar je hebt toch een kéúze?’

Zelf had ik niet het gevoel dat ik kon kiezen, maar zulke speldenprikjes bleven toch hangen. En toen hij op een nacht weer stomdronken thuiskwam, besloot ik dat het afgelopen was. De volgende ochtend – toen hij nog sliep – ben ik weggegaan met mijn dochter en zoontje. Ik weet nog dat ik voor de deur van de vrouwenopvang stond en tegen mezelf zei: ‘Ik blijf hier net zolang tot ik mezélf gevonden heb.’ Want één ding wist ik zeker: ik was de echte Ellen kwijtgeraakt.’

Een eigen leven

“Zeven maanden had ik nodig om mezelf terug te vinden. Eindelijk kon ik mijn éígen leven opbouwen. Pas toen leerde ik dat ík net zo belangrijk was als een ander. Ik dacht dat het mijn plicht was om voor de ander te zorgen, maar voor mezelf opkomen kon ik niet. En ik zag hoeveel schade het mijn kinderen had gebracht. Ook al waren ze nog klein, het geweld tussen hun ouders had ook iets met hen gedaan. Ik ben blij dat andere mensen het probleem bespreekbaar hebben gemaakt. Zij lieten me zien dat er wél een uitweg is.”

Ellen werkt voor Moviera, een organisatie voor de aanpak van huiselijk geweld.